5 minuten met... Jan Willem Lackamp

Jan Willem Lackamp overwoog aan het begin van zijn loopbaan in het onderwijs al om een tijd in een ontwikkelingsland te werken. Praktische bezwaren weerhielden hem ervan. Toen zijn pensioen in zicht kwam, pakte hij de draad weer op. 
 

Waarom besloot je bij VSO te solliciteren op een onderwijsbaan? 

'Vrienden van mij waren door VSO uitgezonden geweest en hadden daar boeiende verhalen over. Daarom besloot ik, samen met mijn partner, naar een informatiebijeenkomst van VSO te gaan om te de mogelijkheden voor uitzending te bespreken. Gezien mijn intensieve en langdurige ervaring als schoolleider zocht ik vooral naar advieswerk op dat gebied'. Uiteindelijk leidde dat in januari 2014 tot een opdracht in Rwanda. 


Tegen welke uitdagingen loop je aan als je werkt in een ontwikkelingsland?

'Er zijn tal van uitdagingen, vaak praktische. Leven op het platteland bijvoorbeeld, beperkte communicatiemogelijkheden en gebrekkige voorzieningen. Als je goed voorbereid bent en een flexibele instelling hebt, kom je daar wel uit.

Van heel andere aard zijn de uitdagingen die voortvloeien uit cultuurverschillen. Bijvoorbeeld:

  • omgaan met tijd (te laat komen),
  • omgaan met afspraken (er kan altijd iets tussenkomen),
  • omgaan met gezag (iets alleen doen als het opgedragen wordt),
  • onduidelijke motivatie (deelnemen vanwege dagvergoeding of maaltijd),
  • beleefdheid (‘ja’ zeggen omdat ‘nee’ niet gepast is).

Ik was erop voorbereid en accepteerde zaken die ik in mijn werk in Nederland niet zou laten passeren, maar dat was niet altijd makkelijk. 

"Kies voor het avontuur. Een VSO-plaatsing is verrijkend voor je zelf en tegelijk nuttig voor de mensen voor wie je het doet"

 

Wat waren jouw specifieke rol, taken en verantwoordelijkheden?

Mijn functie was ‘education leadership adviser’. Ik werkte binnen een groot project dat als doel had meer leerlingen te laten profiteren van het onderwijs (‘Achieving Learning Outcomes for All’) door een leerlinggerichte benadering. Ik werkte samen met de schoolleiders van achttien scholen en onderwijsambtenaren in een plattelandsdistrict in Rwanda.

Mijn taak was het verzorgen van trainings-bijeenkomsten over onderwijskundig schoolleiderschap. Ik kon vrijelijk gebruik maken van cursusmateriaal dat al eerder ontwikkeld was en paste het aan de specifieke situatie en behoeften aan. Daarnaast vervulde ik een coachende rol. Parallel aan mij werkte een Britse VSO’ster met leraren van de betrokken scholen. Zij richtte zich vooral op de manier van lesgeven en het verbeteren van het Engels van de leraren. 

Formeel was het district mijn plaatselijke werkgever, vertegenwoordigd door de ‘district education officer’, maar in feite legde ik verantwoording af aan het landkantoor van VSO. Daar vond ook regelmatig overleg plaats met collega’s die in andere districten werkten en met volunteers in andere projecten. Een internationale omgeving met westerlingen, Aziaten en Oost-Afrikanen. 

vso rwanda Lackamp2-lpr.jpg


Wat zijn de drie grootste verschillen tussen je werk in Rwanda en in Nederland? 

In Nederland was ik rector van een grote scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs. In Rwanda werkte ik aan het verbeteren van het primair onderwijs. Natuurlijk is basisonderwijs niet helemaal te vergelijken met voortgezet onderwijs, maar die verschillen vallen in het niet bij de cultuurverschillen tussen scholen in Nederland en Rwanda.

  1. Voor mij was het grootste verschil de positie van de schoolleider. In Rwanda is het niet gebruikelijk dat de schoolleider weerwoord krijgt van de leraren. Hij of zij is gewoon de baas, net zo goed als de overheid de baas van de schoolleider is. 
  2. Het tweede grote verschil is het top-down beleid. Dat geldt op alle fronten; tussen leraar en leerling, tussen directeur en leraar, tussen district en directeur, tussen regering en district. Op papier is het anders, maar dit is de praktijk. Elke functionaris laat al het werk uit de handen vallen zodra er van hogerhand iets anders prioriteit krijgt. Dat heeft zijn weerslag op de planning in scholen.  
  3. Het derde verschil betreft de deskundigheid en ervaring van leraren in het basisonderwijs. De salarissen zijn zo laag dat veel leraren ander werk kiezen zoals taxiwerk op de motor of een winkeltje in telefoonkaarten. Leraren ontwikkelen weinig beroepstrots. Hun stem wordt niet gehoord.  


Op welk resultaat ben je trots?

'Ik ben trots op de relatie die ik met ‘mijn mensen’ kon opbouwen en op de waardering die ik ervoer voor mijn bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het leiderschap op de scholen. Daarin werd ik bevestigd toen ik een jaar later weer op bezoek kwam'. 


Hoe heeft de VSO ervaring jou als professional veranderd?

'Ik ben onder de indruk geraakt van wat mijn collega’s in Rwanda te verhapstukken hebben. De omstandigheden zijn zo veel moeilijker dan in Nederland. Tegelijkertijd heeft de Rwandese overheid torenhoge ambities en verwacht van de directeuren dat zij die in hun scholen waarmaken. Ga er maar aanstaan! Vanuit dat perspectief kijk ik anders naar de tekortkomingen van het Nederlands onderwijs en onze problemen bij het leiden van een school. Een wereld van verschil'. 


Welk advies zou je willen geven aan iemand die overweegt te solliciteren? 

Mijn advies is vraag zoveel mogelijk door om je opdracht helder te krijgen. Maar vooral; kies voor het avontuur. Een VSO-plaatsing is verrijkend voor je zelf en nuttig voor de mensen voor wie je het doet'.


Ga ook

VSO zoekt meer professionals zoals Jan Willem. Onderwijskundigen en managers die net als Jan Willem de situatie in ontwikkelingslanden willen verbeteren. Ga ook >

Of steun financieel zodat professionals als Jan willem hun kennis kunnen delen.