VSO helpt bij het verbeteren en toegankelijk maken van het kleuter- en basisonderwijs voor 10.000 kinderen in Benishangul-Gumuz, één van de armste regio’s in Ethiopië. Onze vakdeskundigen werken samen met lokale collega’s zodat iedereen, ook kinderen uit achtergestelde inheemse gemeenschappen, meisjes en kinderen met leerstoornissen en beperkingen, naar school kan gaan.

Een van die vakdeskundigen die strijdt voor goed onderwijs voor ieder kind in Ethiopië is Fred van den Brug (54 jaar), specialist in inclusief onderwijs. Tijdens een reis in Afrika, ruim 25 jaar geleden, kwam het besef dat hij een steentje wilde bijdragen aan een betere wereld. Om daadwerkelijk in een Afrikaans land voor VSO te kunnen werken, heeft hij zich laten omscholen tot leraar. ‘Het mooie van VSO is dat het echt gericht is op de gemeenschap. We werken voor en met mensen. We werken met lokale partners en op die manier is het mogelijk om een duurzame verandering tot stand te brengen.’

Het project is veelomvattend: van het opzetten van tweetalig onderwijs – zodat kinderen die een lokale taal spreken ook lessen kunnen volgen – tot het trainen van leraren en ervoor zorgen dat kinderen met een beperking ook passend onderwijs kunnen krijgen. Veel ouders ‘verstoppen’ hun kinderen met een beperking thuis. En ongemerkt zitten er ook veel kinderen met een beperking al wel in de schoolbanken. Het probleem is dat leraren de beperking vaak niet herkennen.

Fred: ‘Vorig jaar hebben we ongeveer 400 leerkrachten, bestuurders en supervisors getraind in het herkennen van kinderen met speciale behoeften en hebben hen geleerd hoe ze die kinderen het beste kunnen helpen. Er zijn beperkingen die niet direct opvallen die die niet werden erkend, zoals een ontwikkelingsachterstand, gedragsstoornis of dyslexie. We hebben al 160 kinderen met een beperking op 11 scholen geïdentificeerd, die we nu passend onderwijs kunnen geven.”

Fred heeft een belangrijke rol in de gemeenschap. Bewustzijn creëren is ontzettend belangrijk. ‘We organiseren daarom veel bijeenkomsten voor ouders én gemeenschappen’, aldus Fred. ‘We hebben een jongen geholpen, die zich voortsleepte om naar school te kunnen. Toen we erachter kwamen dat hij nog altijd gevoel had in zijn benen, hebben we ervoor gezorgd dat hij een goede diagnose zou krijgen. Toen bleek dat het te wijten was aan hersenverlamming, is hij geopereerd. Hij is nu aan het revalideren en kan weer lopen! We laten zien dat een kind met een beperking ertoe doet en gewoon naar school kan. Die aanpak werkt. Er worden iedere week nieuwe kinderen bij mij aangemeld. En voor ieder kind maken we een plan om dit kind naar school te krijgen.’

Ook worden scholen aangepast, zodat kinderen met een beperking er terecht kunnen. Bijvoorbeeld de aanleg van hellingbanen voor kinderen in een rolstoel. Of aangepaste toiletten die er volgend jaar moeten komen. En we bouwen bij drie scholen een centrum ter ondersteuning van speciaal onderwijs. Hier is straks lesmateriaal verkrijgbaar, zoals leermiddelen voor braille en gebarentaal. Ook worden er testen afgenomen, diagnoses gesteld, materialen gemaakt en cursussen gegeven. De lokale overheid bouwt een vierde centrum, waarvoor VSO het meubilair en de lesmiddelen regelt.’

Dit is Tariku

Een jongen van tien jaar, die geboren is met een waterhoofd en vanaf zijn middel verlamd is. Zijn moeder probeerde hem elke dag richting school te krijgen, maar aanvankelijk weigerde de school hem toegang. Negentien oudere leerlingen gaven zich op om de jongen elke dag naar school te dragen, en brengen hem aan het einde van de dag weer naar huis. Hij gaat nu voor het eerst in zijn leven naar school – en met veel plezier.