Chris van de Pol, Special Needs / Inclusion Officer

VSO’er Chris van de Pol legt leraren in Ghana uit hoe ze kinderen met een beperking kunnen lesgeven, zodat ook zij goed onderwijs krijgen en voor ‘vol’ worden aangezien.

Soms vallen kinderen met een beperking in de klas niet eens op

In Ghana gaan nog veel kinderen met een beperking niet naar school, of krijgen in de klas niet de aandacht die ze verdienen. Dat is zonde, want ook zij hebben recht op goed onderwijs. De overheid van Ghana wil daarom dat alle kinderen met een beperking goed basisonderwijs kunnen volgen. Om dit voor elkaar te krijgen, zijn er wel meer gegevens over hen nodig. Het is bijvoorbeeld nu nog niet duidelijk hoeveel kinderen in Ghana een beperking hebben. Dit komt doordat ouders van kinderen met een handicap hen soms voor de buitenwereld verbergen, omdat ze zich voor hen schamen. “Veel ouders denken nog dat kinderen die bijvoorbeeld doof of blind zijn niet kunnen leren, of zelfs door de duivel zijn bezeten,” zegt VSO-vakdeskundige Chris van de Pol. “Soms vallen ze in de overvolle klassen niet eens op, waardoor leraren totaal onwetend zijn van hun problemen. Het komt ook voor dat ze deze kinderen slaan, omdat ze bijvoorbeeld denken dat ze lui zijn”.

Handicaps herkennen

Chris is als ‘Special Needs/Inclusion Officer’ in dienst van de Ghana Education Service (GES), een overheidsinstantie die belast is met de zorg voor onderwijs in heel Ghana. In de regio Bolgatanga legt hij leraren van basisscholen uit hoe zij leerlingen kunnen herkennen die kampen met oog-, oor- en spraakproblemen, leerproblemen, dyslexie, ADHD en autisme. “Ik geef workshops en ga ook op mijn motor de scholen langs, om te zien hoe leraren aan kinderen met een beperking lesgeven.“ Chris bezoekt bijvoorbeeld regelmatig een school in het plaatsje Sumbrungu. “Het gaat om zes klassen in ‘the middle of nowhere’. In elke klas zitten tussen de veertig en vijftig leerlingen, dus het is voor de leraren nogal een opgave om de kinderen met een beperking eruit te pikken.”

Doofstom en blind

De VSO’er heeft gemerkt dat veel leraren op ‘zijn’ scholen het beste voor hebben met kinderen met een beperking. “Een van hen wilde dat ik meeging naar zijn dorp. Daar liet hij mij kennismaken met een doofstomme jongen, die een paar jaar daarvoor ook nog eens blind was geworden. Daarom volgde hij geen onderwijs; de school voor doofstomme leerlingen waar hij op zat, kon deze extra handicap niet aan. De onderwijzer vroeg of ik dit kind kon helpen, maar helaas is dat tot nu toe nog niet gelukt.”

chris-van-de-pol-special-needs-inclusion-officer-in-ghana.jpg

‘Ik doe wat ik kan’

Bovenstaand voorbeeld laat zien dat het werk van Chris niet makkelijk is. De grote armoede in Ghana maakt dat het nog een tijd zal duren voordat alle kinderen met een beperking goed onderwijs krijgen. “Het is een meerjarenplan. Ik doe wat ik kan en geef straks het stokje aan de volgende vakdeskundige door,” zegt hij. “Als ik straks naar huis ga, wil ik dat in elk geval  vijf scholen in Bolgatanga weten hoe ze leerlingen met een beperking kunnen herkennen. Ook moeten de leraren weten hoe ze deze kinderen het beste kunnen lesgeven en hoe ze kunnen zien of de kinderen vooruitgaan. Als dit goed gaat, kunnen de andere 73 scholen in  de regio deze methode overnemen.” 

‘Don’t worry, be happy’

Ondanks zijn moeilijke werk, heeft Chris onder de Ghanezen heel wat vrienden gemaakt. “Ze zijn heel aardig en leven volgens het motto ‘don’t worry, be happy’.” Een van zijn collega’s van de GES vindt hem een bruggenbouwer, want hij zegt: “Chris heeft de relatie tussen het VSO-kantoor in Ghana en ons kantoor verbeterd. Hij hoort er als collega helemaal bij.”

Lees Chris's blog