29/06/2020

Uit de VSO Community | VSO-vrijwilliger Johan Brusten na lockdown weer terug naar Myanmar

Hij was net iets meer dan drie maanden in Myanmar toen Johan Brusten omwille van de Covid-19 situatie in Myanmar moest terugkeren naar zijn thuisland. Dat hij weer teruggaat, wanneer de situatie dat toelaat, is zeker. Want er is nog veel te doen daar. Helaas moest hij zijn werk onderbreken. De terugvlucht halsoverkop was al een avontuur op zich, vertelt de Belg. “Ik kreeg alle problemen op mijn dak die je maar kunt hebben in zo’n situatie.”

“Ik zou eerst een vlucht nemen met behulp van de Franse ambassade via Singapore en Dubai. Die was bedoeld om de Fransen te evacueren. Ze hadden ook Belgen uitgenodigd. Maar toen kreeg ik een mail dat het voor hen moeilijk was dit te organiseren. Toen hielp VSO mij aan een ticket via Singapore. Maar dat liep stuk omdat Singapore ineens de grenzen sloot. Dus ik zat een dag vast. Gelukkig wist VSO later een vlucht te regelen van Rangoon naar Doha en vervolgens via Frankfurt naar Brussel, waar mijn dochter mij ophaalde. Dat hadden ze goed geregeld bij VSO. Ik ging daarna twee weken in quarantaine in mijn appartement in België.”

Johan was nog niet klaar met VSO

Johan was in december voor VSO voor de tweede maal naar Myanmar gevlogen omdat hij nog niet klaar was. Daar is hij verbonden aan het Ta’ang Education Institute in de regionale hoofdstad Lashio in de Noordelijke Shan-staat. Vanuit huis heeft hij nu via internet, e-mail en WhatsApp contact met de docenten en andere medewerkers die aan het instituut verbonden zijn. “Geluk bij ongeluk is het nu vakantie, dus geen kinderen die naar school moeten. We hebben in de dorpjes daar het afgelopen jaar weer vijftig scholen opgericht, die eind juni of begin juli, als het kan, weer opgestart moeten worden. Momenteel maken we financiële rapporten en doen we activiteiten voor VSO met enkele weken vertraging.”

TEI, waar Johan advisor is, heeft al veel bereikt in dit afgelegen deel van Myanmar, constateert hij. “Doordat TEI begonnen is met lessen te geven in de lokale taal met behoud van hun cultuur (dit was verboden voor 2008 door de toenmalige militaire machthebbers), hebben we meer contact met de ouders die geen Birmaans en al helemaal geen Engels spreken. Ze komen nu sneller met vragen en problemen naar de scholen en docenten, wat een gunstig effect heeft op de kwaliteit van onderwijs, landbouw en gezondheidszorg. Zo’n project gaat dus verder dan alleen het bieden van onderwijs. De hele gemeenschap heeft daar baat bij. In de lerarenopleiding wordt daar ook aandacht besteed, zodat ze beter in staat zijn om te helpen.”

Het effect van het coronavirus in Myanmar

Het virus heeft, denkt de VSO-vrijwilliger, minder kans om zich in Shan-gebied te verspreiden dan in bijvoorbeeld grote dichtbevolkte steden zoals Rangoon en Mandalay. “Het is daar dunbevolkt, dorpjes en huizen staan ver van elkaar. Het gebied is vijf keer zo groot als België en er wonen slechts zes miljoen mensen. De grote markten zijn wel gesloten, maar als het virus er eenmaal zou zijn dan hebben we een groot probleem. Ook worden er 20.000 terugkerende arbeiders verwacht uit China. Die worden in centra opgevangen voor isolatie. Maar tot nu toe zijn er nog geen officiële gevallen gemeld. Het is echter droevig gesteld met de gezondheidszorg in Myanmar. Zo heeft Lashio maar drie beademingsapparaten. Voor het hele land waren er begin april 5000 testkits. Veel te weinig. Daarom ben ik teruggekeerd. Te veel risico. Maar ik wil wel graag terug om mijn projecten daar af te ronden.”

Johan heeft met TEI in december een nieuw project opgestart, waarbij onderzocht wordt hoe de lerarenopleidingen op de High School nog verder verbeterd kunnen worden. Om zo de scholen na de lockdown in de dorpen te versterken, legt hij uit. “Daarbij is er onder de naam ‘out of school’ een project opgestart om te onderzoeken hoeveel kinderen nog niet naar school gaan en waarom niet. Dat willen we in kaart brengen en daar projecten op zetten. Daar was ik al mee bezig voordat ik terug moest. Nu begeleid ik dat vanuit België. Ik ben elke dag aan het werk via de laptop. Wat wel eens moeizaam gaat door het gebrekkige Engels van de medewerkers daar.”